30.3.12

Geleide Democratie van Soekarno

 Soekarno + Geleide Democratie = Dictator?

Loutering van laster en misvattingen

Binnenkort zal Prof. Bob Hering de wereldliteratuur verrijken met een tweedelige, Engelstalige biografie over Bung Karno. Het eerste deel zal naar verwachting in het najaar 2001 uitkomen. Reeds voor uitgave heeft Bob Hering aangekondigd dat hij bij het samenstellen van deze biografie zuiver analytisch en interpretatief te werk is gegaan; zijn benadering is vrij van persoons­verheerlijking, mythen en romantiek die de figuur Soekarno tot op heden omgeven. Iedereen is natuurlijk vrij om te schrijven over Soekarno en vrij om te bepalen vanuit welke invalshoek hij dat doet – alleen dient ook opgemerkt te worden dat Bung Karno niet louter wordt omgeven door persoonsverheerlijking, mythen en romantiek, maar ook belaagd wordt met misverstanden en misvattingen, vijandigheden, vooroor­delen en zelfs onstuitbare haat. In dit eenvoudige Liber Amicorum – een verzameling artikelen van naaste vrienden die een uitzonderlijk Indonesiër herdenken – willen wij de vooroordelen en misvattingen die zowel in het binnen- als buitenland de ronde doen en tot nu toe zonder bevredigende respons zijn gebleven, aan de orde stellen.
Een punt van kritiek jegens Soekarno is dat hij door gebruik te maken van het concept Geleide Democratie een dictator werd; deze kritiek wordt aangevuld met predikaten als: hij beschermde de PKI, hij was behept met megalomanie, hij had geen belangstelling in de economie, hij was van aard tegen het Westen enzovoorts. Enkele jonge broekjes die net een academische titel in hun zak hebben, politici die nog maar net het predikaat ‘MP’, Member of Parliament, in de wacht gesleept hebben, al deze nieuwe epigoontjes willen niet achterblijven bij hun meerderen en trachten overhaast het predikaat ‘intellectueel’ binnen te halen. Ze willen niet het stempel opgedrukt krijgen als zouden zij niet begrijpen wat democratie is. Daarom maken zij haast om net als anderen Soekarno te bekritiseren en credo’s uit te kramen als ‘Soekarno was een dictator!’, ‘De geleide democratie van Soekarno was autoritair!’.

Laten we nu het object ‘Geleide Democratie’ eens open en bloot op tafel leggen. Uitgestald op de tafel blijkt niet slechts één object te liggen maar meerdere, de geleide democratie schijnt verschillende gedaanten te hebben. Wij zullen hier slechts de meest evidente noemen, die over­duidelijk zijn omdat ze open en bloot voor ons liggen. De objecten zijn met geen mogelijkheid af te dekken, ze zijn wel door elkaar op een grote hoop gegooid, maar toch vertellen ze elk hun eigen verhaal en laten openlijk hun eigen identiteit zien.
Politici die Soekarno niet mogen, hangen aan al die hemelsbreed van elkaar verschil­lende objecten eenvoudigweg hetzelfde label: ‘Geleide Democratie’. Zij vinden het niet nodig om verder onderzoek of navraag te doen: Om wat voor ‘geleide democratie’ gaat het? Wiens concept? Wie is de echte dictator? Het lijkt erop dat Soekarno het allemaal op zijn bordje krijgt. ‘Geleide Democratie’ is een collectieve uitdrukking geworden, een verzamelnaam, een term waaronder allerlei lelijks aan Soekarno toegeschreven wordt. Maar laten we eens kijken wat er nu werkelijk op tafel ligt.

1. Abstraheren van de Geleide Democratie

Wat we het eerste waarnemen is de ‘Geleide Democratie’ zoals die begrepen, opgevat en uitgelegd wordt door degenen die Soekarno beschuldigen een dictator te zijn. Een ‘Geleide Democratie’ staat in de ogen van deze eerste categorie mensen lijnrecht tegenover het begrip ‘democratie’ dat zij zelf aanhangen. Volgens hun opvatting houdt democratie een vrije wereld en een vrije handel in. Los daarvan zijn de verschillende begrippen en ideologieën – communisme, fundamen­talistische of niet-fundamentalis­tische Islam, neutraliteit, non-blok, Pancasila, kortom alles wat niet Westers is – per definitie niet te vatten onder het concept democratie. Deze begrippen zijn van een duivels soort dat absoluut uitgeroeid moet worden.
Het idee over de ‘Geleide Democratie’ zoals die zich in de gedachten van de leden van de eerste categorie heeft gevormd, heeft duidelijk niets te maken met Soekarno. Er is zelfs geen enkel raakvlak met de Geleide Democratie zoals deze Soekarno voor ogen stond en zoals hij die zo graag in de praktijk had gezien. De ‘Geleide Democratie’ zoals die beschreven wordt in kringen van de eerste categorie mensen is niets anders dan een abstract begrip. Het is niet meer dan een reïficatie, het produkt van hun eigen hersenspinsels. Zij koesteren het en geloven erin en beschouwen het als een waarheid die buiten henzelf ligt. Maar ondanks dat het om abstract begrip gaat, slingeren zij voortdurend beschuldigingen naar Soekarno’s hoofd. De kritiek die zij uiten op de politieke concepten van Soekarno strookt niet in het minst met het concept van Soekarno zelf. De houder van het copyright van de Geleide Democratie zelf heeft nooit een democratie voor ogen gehad zoals de personen uit de eerste categorie deze voorstellen. Deze personen en zonder uitzondering alle anti-Soekarno groeperingen, weten niet en willen ook niet weten dat de Geleide Democratie die door hen vervloekt wordt, hun eigen creatie is.

2. De Geleide Democratie volgens het Leger (Angkatan Darat)

De tweede categorie die duidelijk uit deze chaos naar voren springt is de ‘Geleide Democratie’ die op allerlei wijzen werd nagestreefd en gesteund door de militairen – de TNI –, met in het bijzonder de Angkatan Darat (het Leger cq Landmacht), die onder de leiding van generaal Nasution stond. Deze Geleide Democratie van het Leger liet zich ten tijde van Bung Karno – met name reeds heel vroeg sinds van 1952 –  willens en wetens gelden, maar het was vooral na 1965 met overtuiging en schitterend succes voortgezet door generaal Suharto tijdens zijn regime van de Nieuwe Orde. Dit concept van de Geleide Democratie van de Angkatan Darat is niet fictief of abstract, maar heeft werkelijk bestaan. Demonstatief poneerde de militairen een standpunt alsof zij ‘100% achter Soekarno’ stonden, de president/opperbevelhebber/Grote Leider van de Revolutie. Er is wel een overeenkomst met de Geleide Democratie volgens het concept van Bung Karno, maar dat is niet meer dan een semantisch spel, omdat het twee objecten zijn met dezelfde naam: ‘geleide democratie’. De twee concepten zijn echter totaal verschillend van aard, en zijn wat betreft substantie, kern en geest elkaars tegenpolen. Om dit militaire concept van democratie uit te kunnen voeren is een hiërarchisch systeem in het leven geroepen waarmee het hele land gecontroleerd en bestuurd wordt, van Jakarta tot in de districten, te beginnen bij het militair markas besar (hoofdkwartier), kodam (militair territoriaal commando), kodim (militair districts­commando), koramil (militair rayons­commando) en babinsa (onder­officieren met functies van z.g. medewerkers in de dorpen). Dit staat bekend als het concept van de “militaire territoriale beheersing”. Dat is dan ook de structuur van het militair bestuur, die volledig parallel verloopt volgens hetzelfde civiele bestuur mechanisme, door het gehele land vanaf provinciaal nivo afdalend naar de districten, onderdistricten en buurtschappen (kabupaten, kecamatan, kelurahan).
De Geleide Democratie zoals die gepropageerd wordt door het Leger en de Geleide Democratie volgens het concept van Soekarno zijn twee verschillende lichamen, met twee verschillende zielen. Soekarno en de militairen zijn in wezen, in begrip, in ‘state of mind’ twee verschillende entiteiten. Op dit punt begint de verwarring: personen die niets van Soekarno moeten hebben, gaan hier dubbele criteria gebruiken. Ze zijn in principe niet tegen de Geleide Democratie, zolang de macht volgens genoemd concept maar in handen is van de militairen en uit de handen van Soekarno blijft, en zolang dat concept van Geleide Democratie maar op zijn minst afrekent met het communisme en de PKI (de com­munistische partij). Is dat het geval, dan is dit concept van Geleide Democratie gewettigd en geheiligd!
We hoeven geen politiek deskundige met een PhD titel te zijn om te weten wie werkelijk de macht in handen heeft ten tijde van Soekarno’s presidentschap. Soekarno kreeg van de militairen de vrijheid om de formele macht in handen te hebben, maar in werkelijkheid was het Leger de baas. Het was de Angkatan Darat die met de wapens de concrete macht in handen had en op legale gronden het concept territoriale beheersing wettigde als middel om controle te hebben over alle civiel maatschappelijke activiteiten. We zullen meerdere hoofdstukken nodig hebben om uit te wijden over structuur en mechanisme van de macht ten tijde van de verschillende perioden van het bewind van Soekarno: van 1945 tot 1950, vanaf 1950 tot 1957, met name van 1958 tot 1965. Het is belangrijk dat we de kernvraag stellen: was het waar dat Soekarno aan de macht was – zelfs een ongelimiteerde macht – om naar willekeur een dictator te kunnen zijn?
Deze inleidende uiteenzetting is geen wetenschappelijke verhandeling, maar streeft ernaar onduidelijkheden rondom het begrip ‘Geleide Democratie’ op te helderen, welke alle de verantwoordelijkheid van Soekarno zouden zijn. We noemen hier slechts enkele gebeurtenissen die de loop van de geschiedenis van onze republiek hebben bepaald. De lezers zouden we willen uitnodigen om zelf dieper en serieuzer te graven naar wie nu in feite de macht in handen heeft in onze Republiek. Hoe het proces van de Geleide Democratie volgens het concept van de militairen stapje voor stapje gerealiseerd werd. Hoe de oppositie de mond werd gesnoerd, hoe de arrestaties van onder andere Pramoedya Ananta Toer en Soetan Sjahrir en hun lotgenoten mogelijk waren, hoe het zit met de beknotting van de pers en zelfs hoe ten slotte Soekarno’s bewind eindigde.

1945-50. Het invoeren van een parlementair kabinet, hetgeen duidelijk in strijd was met de grondwet van de Indonesische Republiek volgens welke er een presidentieel kabinet zou moeten zijn. Ten einde de democratie, de vereniging en de eenheid te handhaven, ziet Bung Karno vrijwillig af van zijn rechten als president. Deze liberale democratie resulteerde in de geboorte van meer dan 50 politieke partijen hetgeen leidde tot herhaaldelijke kabinetswisselingen.
De gebeurtenis van 17 oktober 1952: een openlijke eis van het Leger om het parlement te ontbinden. In eerste instantie weigerde Soekarno hieraan gehoor te geven omdat hij niet van de grondwet wilde afwijken.
De opstand van de PRRI/Permesta, de invoering van SOB, de noodtoestand tijdens de oorlog, in het kader van de onafhankelijk­heidsstrijd Nieuw Guinea bij Indonesië inlijven. Wie had baat bij deze opstand van de PRRI/Permesta en de SOB?
Nationalisering van grote Nederlandse bedrijven (The Big Five), het begin van economische inmenging door het Leger, het benoemen van generaals tot directeuren van de staatsondernemingen. Aanvankelijk geschiedde dit in de handelssector, maar hun invloed breidde zich uit tot de industriële sector en ten slotte beheersten zij de olievelden en andere mineralenbronnen.
Op grond van het decreet van 5 Juli 1959 keerde men terug naar de Grondwet van 1945. Deze stap werd in eerste instantie gesteund en geïnitieerd door her Leger. Zo ontstond een situatie waarin het gemakkelijk was voor de militairen om de Geleide Democratie te lanceren met het label Soekarno erop. Men moet niet vergeten dat Soekarno werd uitgeroepen tot president voor het leven door de Soksi, een component van het Leger. (Na 1965, ging het politieke gerucht rond dat dit alles de ambitie van Soekarno zou zijn geweest, die geilde op macht, met de steun van de PKI).
De Confrontaties met Irian Barat en Maleisië waren een gouden kans voor de militairen. Middels het concept van de territoriale beheersing had het Leger controle over het hele land. Nu konden ze met nog meer vrijheid met de budgetten omspringen en een blanco mandaat krijgen om op grote schaal wapens in te kopen.

En dan hebben we nog niet eens gekeken naar de wijze waarop het Leger de cultuurkenners, schrijvers en journalisten voor zijn karretje spande volgens het concept van Manikebu en BPS; dit alles gegoten in een grand scenario van de Koude Oorlog die zich tot doel had gesteld om de PKI, inclusief Soekarno uit de weg te ruimen. (Lees ook: Peter Dale Scott, pag. 278 in dit boek). We gaan hier niet verder in op de politieke of culturele bevlogenheid van de schrijvers en journalisten die zich tegen de communis­tische doctrine keerden, want dat is hun goed recht. Niettemin is het overduidelijk dat het Leger profiteerde van dit z.g.  ‘cultureel gebeuren’; je zou zelfs meer accuraat zijn door te zeggen dat ze het zelf in scene gezet hadden. Zodra de PKI ontbonden was en Soekarno gevallen, zouden de Manikebu en de BPS in feite weer actief kunnen worden als ze werkelijk een cultureel concept zouden willen uitdragen, maar het bleek dat de ze nu niet meer nodig waren. Mission Accomplished!
Aldus was het wordingsproces en het levensloop van de Geleide Democratie van het Leger, die een groot succes boekte. Een ieder die hart heeft voor de democratie doet er goed aan deze versie van geleide democratie ten sterkste af te wijzen! Een totale vergissing was het alleen maar dat alle verwensingen en vervloekingen aan het verkeerde adres waren gericht. Allemaal werden ze weggesmeten in het gezicht van Soekarno die wat het concept betreft, geen enkele bemoeienis had met deze vervloekte versie van de geleide democratie. Personen die à priori anti Soekarno waren, wilden en konden geen onderscheid maken tussen de sociaal-politieke concepten van Soekarno en de sociaal-politieke manoeuvres van de militairen c.q. de Angkatan Darat, omdat de militairen per definitie loyaal zijn aan de president en de hoogste bevelhebber. Zowel Soekarno als de militairen Nasution/Suharto pleitten voor een geleide democratie en voor de een­heids­gedachte en vereniging van land en volk. Maar deze overeenkomst is puur oppervlakkig, en verschilt qua inhoud en motivatie totaal van elkaar. Soekarno introduceerde de geleide democratie om het volk dat altijd door de politieke meerderheid in de Volksvertegen­woordiging werd overstemd, te steunen; de militairen stonden ook achter de geleide democratie, maar meer vanuit de behoefte aan een stevige macht om de territoriale controle te kunnen uitoefenen. Soekarno pleitte voor vereniging en eenheid (persatuan en kesatuan) om krachten te bundelen en het volk te stimuleren tot het opbouwen en het uitvoeren van haar sociaal-politieke idealen. De militairen hielden ook vast aan de eenheidsgedachte en de vereniging van land en volk, maar ook hier weer ligt het verschil in de controle die ze wilden uitoefenen over het gehele Indonesische grond­gebied dat zij beschouwden als een bron van rijkdommen die zij moesten beheersen. Dit geschiedde al sinds de SOB midden jaren vijftig, en werd ongegeneerd en openlijk toegepast tijdens de Nieuwe Orde, nadat Soekarno aan de kant was gezet.
In een recente vrijgegeven CIA document lezen wij een stuk over generaal Nasution en zijn politiek concept t.o.v. de “democratie”. Heel schrander vermeed hij eventuele confrontaties met Soekarno, aangezien zijn politieke doelstellingen meer was gebaat door de indruk te wekken een loyale supporter te zijn van Soekarno. Niettemin – speciaal in verband met de kwestie van de “Geleide Democratie” –, stond hij pal tegenover Soekarno. Zijn uiteindelijk doel was het ontbinden van alle politieke partijen, maar het was tenslotte generaal Suharto die het Leger concept had kunnen verwezenlijken. Hij deed ze zelfs veel geraffineer­der: de politieke partijen werden niet ontheven, maar creëerde een “één partij-systeem” onder drie verschillende namen – de Golkar, PDI en PPP –  echter allen onder zijn effectieve controle.

3. Democratie volgens het concept van de PKI

We weten dat voor 1965 de PKI en het Leger de twee sterkste en best georganiseerde organisaties waren – volgens de nomenclatuur van Bung Karno zouden deze twee organisaties ieder een positieve bijdrage kunnen leveren aan het nationale potentieel – maar deze twee machten voerden juist een harde strijd met elkaar waarbij ze niet rustten voordat ze hun concurrent een kopje kleiner hadden gemaakt. De Angkatan Darat en PKI, waren beiden ‘aanhangers’ van de President/Grote Leider van de Revolutie/ Opperbevelhebber. Vrij vertaald betekent dit dat ze elk een eigen scenario hadden maar beiden om het hardst probeerden om de president voor zich te winnen, of preciezer: beiden profiteerden van het charisma van President Soekarno om er zelf politiek voordeel mee te behalen. In de praktijk verkeerde het Leger  in een veel gunstiger positie dan de PKI. De laatste leed aan een serieus overdosis wishful thinking, zij geloofden er stellig in dat ze politieke hegemonie reeds behalen in deze strijd. De economie was niet in handen van de PKI, andersom had de militairen toegang tot de spil van de economie en had vrijelijk controle over het apparaat en mechanisme van de bureaucratie; het belangrijkste was natuurlijk dat het Leger de wapens in handen had en controle uitoefende over heel Indonesië, zowel in steden als op het platteland.
De PKI steunde net als het Leger de Geleide Democratie en als een geduchte politieke partij wist ze precies dat er stapsgewijze naar een revolutie toegewerkt moest worden, en daarom leken ze ertoe geneigd om in theorie te kiezen voor een vorm van democratie die voldoende progressief was maar niet radicaal. De PKI richtte zich op het patroon van ‘nationale democratie’, een patroon van stapsgewijze machts­verschuiving waarbij een progressieve nationalistische figuur het leiderschap in handen nam. Dit lijkt op een vorm van machtsverschuiving zoals we die zagen in Tsjechoslowakije, namelijk van Masaryk naar Gottwald, of zoals op Cuba: van Batista naar Castro en ten slotte zoals in Algerije: van Ben Bella naar Boumedienne. Ben Bella was aanvankelijk ontvangen als een revolutionair persoon, maar later vond men dat hij toch een zekere bourgeois decadentie ging vertonen. Als theoretisch denkbeeld was deze ‘nationale democratie’ inderdaad aantrekkelijk, maar niet relevant, omdat in de Indonesische situatie de nationale leider totaal anders was dan de leiders in de drie genoemde landen. President Soekarno was geen leider die men af wilde zetten. Hij was bovendien niet zomaar een nationalist maar een linkse nationalist die opkwam voor het onderdrukte volk in Azië en Afrika, in de strijd tegen het kolonialisme en imperialisme.
Wij hebben bovenstaand denkbeeld gegeven om uit te leggen dat Soekarno met zijn concepten – inclusief De Geleide Democratie – het jaar 1965 niet zonder obstakels tegemoet trad, niet zonder interventies en allerlei problemen van linkse en rechtse groeperingen.

4. De werkelijke Geleide Democratie

Onder de stapel oude rommel op tafel ligt ook de werkelijke Geleide Democratie, het origineel of de democratie zoals deze Soekarno voor ogen stond, de schepper zelf, de enige die het copyright in handen had. Aan deze schepping is een lang proces en tijdspanne voorafgegaan. Vanaf het moment dat de jonge Soekarno eind jaren ’20 en begin jaren ’30 actief werd in de politiek, koesterde hij al een ideaalbeeld over democratie. Het was duidelijk dat hij met klem de Westerse of liberale democratie vanaf het begin afwees. Laten we dit een periode van ‘aftasten’ noemen omdat Soekarno duidelijk wist wat hij afwees, maar aan de andere kant nog niet goed geformuleerd had wat voor concept van de democratie hij nu wel nastreefde. Volgen we zijn politieke carrière dan valt op dat Soekarno noch in zijn artikelen noch in zijn talloze toespraken de term ‘Geleide Democratie’ zelden of zelfs nooit bezigde. Ook horen we hem er niet over in zijn belangrijkste toespraak, namelijk in juni 1945 op het moment dat hij als denker en leider van de natie de Pancasila introduceerde. We treffen ‘de geleide democratie’ (guided democracy, geleide democratie, democracy with leadership, enz.) als politieke term voor het eerst op het moment dat Soekarno zich gedwongen zag om het totaal aantal politieke partijen dat inmiddels gegroeid was tot meer dan 50, te saneren; en dat was geen afslachting tot drie partijen zoals Suharto dat zou doen; 11 partijen bleven bestaansrecht houden.
Bestuderen we de concepten en ideeën van Soekarno nauwkeurig en grondig, dan zien we dat het concept van democratie van Bung Karno nauw verband houdt met een tweevoudig idee, te weten de strijd (perjuangan) aan de ene kant en aan de andere kant de vereniging en eenheid van de natie, persatuan en kesatuan. De democratie is volgens hem leeg en nutteloos als deze niet strijdt voor de onafhankelijkheid, rechtvaardigheid en het welzijn van het volk. Deze strijd zou verder tevergeefs en zinloos zijn als ze niet in staat zou zijn om de vereniging en eenheid van het volk te volvoren die zo vitaal zijn om een politieke kracht te vormen en ze te kunnen aanwenden waarmee de onafhan­kelijk­heid, de rechtvaardigheid en het welzijn van het volk bereikt kan worden.
Een Duitse biograaf die de politiek van Soekarno beschreef, had het bij het verkeerde eind toen hij stelde dat het Soekarno´s grootste fout was dat hij koste wat kost tegen het westen was. Dit zou ook de reden zijn voor zijn val. Deze Duitse deskundige zou het echter wel bij het rechte eind hebben als hij gezegd had dat Soekarno´s bewind omver werd geworpen omdat hij zich niet schaarde achter het westers kapitalisme en met klem de westerse democratie afwees. Soekarno zag geen heil in het mechanisme van de democratie die voorgaf alsof  50% plus een stem in het parlement een rechtvaardig beslissing kon nemen waar duizenden onderdrukte mensen blij en tevreden mee zouden moeten zijn. Zo moesten zij zich maar schikken in een lot die in de Volks­vertegenwoordiging formeel werd beslist louter op basis van een ‘democratisch majoriteit’.
Soekarno was in het totaal niet tegen het Westen. Onvermoeibaar trachtte hij voor en na de onafhankelijkheid het politieke bewustzijn van de massa op te wekken door de betekenis van de Franse en Amerikaanse revolutie op te blazen en de founding fathers van de Amerikaanse onafhankelijkheid zoals Abraham Lincoln en Thomas Jefferson te prijzen. Soekarno erkende openlijk de bijdrage die westerse verlichte denkers hadden gehad op de nationale onafhankelijkheid en de rechten van het individu en de rechten van de mens. Aan de andere kant besefte Soekarno ook, nadat hij de loop van de moderne politiek overal ter wereld had bestudeerd, dat het onderdrukte volk dat vooruitgang wenste, altijd aan het kortste eind zou trekken – de geldschieters/kapitalisten zouden altijd winnen en erin slagen een status quo te herstellen onder condities die hen voordeel opleverden. Volgens Soekarno zou het volk alleen kunnen winnen als het in staat was om een macht op te bouwen die gebaseerd zou zijn op de vereniging en eenheid onderling. We zien hier dat de grondslagen ‘vereniging’ en ‘eenheid van de natie’ welke gepropageerd werden door Bung Karno geen grootheidswaanzin waren om een machtig ‘Groot Indonesië’ te scheppen, maar de vereisten vormden van Bung Karno´s concept van democratie zelf, juist om die democratie op zich te bewerkstelligen.

 
Welk concept van Geleide Democratie werd gevolgd?

Wat kunnen we concluderen uit de verschillende verschijningsvormen van de ‘geleide democratie’ die hierboven uiteengezet zijn?
In de praktijk werd een autoritaire en repressieve geleide democratie volgens het concept van het Leger met het label ‘Soekarno’ erop, gangbaar. Dit is een feit en kwam nog duidelijker naar voren toen men erin geslaagd was Soekarno opzij te schuiven. Vervolgens zegevierde de Geleide Democratie van het Leger in optima forma onder leiding van generaal Suharto en opnieuw werd een semantisch spelletje gespeeld. De autoritaire en repressieve Geleide Democratie kreeg nu een nieuwe naam: ‘Democratie Pancasila’. Volgens het Westen dat zich de ‘vrije wereld’ noemt, was de demo­cratie van Suharto volkomen acceptabel omdat het goede pad gevolgd werd: de afzetting van Soekarno, het uitschakelen van de PKI en alle linkse machten.

En wat gebeurde er met de Geleide Democratie van Soekarno?

Intelligente en oprechte onderzoekers zullen terecht tot de conclusie komen dat de Geleide Democratie van Soekarno nooit de kans heeft gehad haar nut en weldaad voor het volk te bewijzen, zelfs helemaal niet tot rijping heeft kunnen komen. Ze stierf in de embryonale fase. Daarin ligt de grote tragedie van de persoon die voor de vrijheid en eenheid van de Indo­nesische natie streed. Omwille van de democratie en vereniging van het volk liet hij het toe dat zijn formele bevoegdheden als President hem ontnomen werden. Soekarno heeft in de periode van zijn officiële twintig jaar presidentschap van 1945 tot 1965 in feite alleen de laatste zes jaar formeel de bevoegdheid in handen gehad; de periode die de Geleide Democratie wordt genoemd. En daarbij werd hij op de koop toe nog ‘terzijde gestaan’ door een efficiënte en effectieve territoriale militaire macht en bedreigd door de Koude Oorlog die erop uit was de PKI uit te schakelen, inclusief Soekarno zelf.
Politieke deskundigen en hun pasgeboren epigonen die niet in staat waren de reusachtige feiten vlak voor hun neus te zien, hielden vervolgens niet op om Soekarno met zijn concept van de Geleide Democratie aan te wijzen als een dictator. Deze blindheid kunnen we natuurlijk alleen maar concluderen op grond van een aantal punten: de deskundigen hebben een verkeerd denkpatroon, er zijn serieuze denkfouten in hun analyses geslopen, hun kortzichtigheid is hopeloos, of ze weten het allemaal wel maar verdraaien met opzet de werkelijkheid.
Sprekende over het verdraaien van de werkelijkheid, dienen we hier iets op te merken dat exceptioneel is sinds het bestaan van onze Republiek. Het Indonesische militarisme onder leiding van generaal Nasution en voortgezet door generaal Suharto heeft een bijzonder geavanceerde en originele vaardigheid nagelaten aan het Indonesische volk. Namelijk: hoe je op een wettige, legale en constitutionele wijze de macht kunt grijpen en je de tegenstander monddood kunt maken om die macht te kunnen voortzetten. Er bestaat geen schroom om wapens te gebruiken of tegenstanders op te sluiten, als het maar volgens de constitutie gebeurt. Dit is de erfenis van het Indonesisch militarisme dat tot nu toe nog steeds de kop opsteekt.
Nadat President Soekarno in januari 1967 de aanvullende Nawaksara-toespraak had gehouden, ontsloeg het MPRS (Voorlopig Volkscongres) onder leiding van generaal Nasution Soekarno uit zijn functie als president. President Soekarno met al zijn goede bedoelingen had dit politieke spel en deze samenzwering waar hij zich nu voor geplaatst zag, natuurlijk niet verwacht. Met of zonder zijn Nawaksara-toespraak, ja zelfs gesteld dat Bung Karno bereid was geweest zijn principes te laten varen en een decreet tot verbod van de PKI had uitgevaardigd, dan nog zou hij geen garantie hebben dat hij niet uit zijn functie als president ontheven zou worden. Aan de andere kant zien we hoe generaal Nasution en generaal Suharto stap voor stap hun territoriale macht inzetten om de constituante en constitutie te manipuleren direct nadat zij erin geslaagd waren de beweging van 30 september van kolonel Untung uit de weg te ruimen. In de geschiedenis van onze Republiek zal voor altijd een Periode van Indonesisch Militarisme vermeld staan, deze periode waarin officieel, constitutioneel, legaal en volgens de gewettigde procedures de macht werd gegrepen, de grondrechten van de mens werden overtreden en de vrijheid van meningsuiting van het individu werd verkracht; de periode waarin straffeloosheid gold voor corruptie die in de miljarden en triljoenen loopt. Onze ‘elite’ die het voor het zeggen heeft en die nu in de Volksvertegenwoordiging zit, blijkt de wettige erfgenaam te zijn van hun senioren die in de jaren 1966-1967 de coup tegen President Soekarno uitvoerden door de constitutie wettig en volgens de gangbare procedure te verkrachten. Desalniettemin bleef Soekarno met zijn concept van Geleide Democratie de dictator!
We weten allemaal dat de Westerse Democratie meer dan een eeuw in praktijk gebracht moest worden voordat het unaniem geaccepteerd werd als een bruikbaar politiek systeem en als een maatschappelijk levensregel geld – maar van de Geleide Democratie van Soekarno die nog een pasge­boren baby’tje was en tijdens de massale moorden werd afgeslacht, verwachtten ‘de kenners van de democratie’  dat er een instant resultaat zou zijn net als ze koffie wilden zetten. Omdat het niet mogelijk is dit wonder tevoorschijn te toveren, werd Soekarno een dictator.
Op het moment dat Soekarno vond dat de fase van politieke ordening was volbracht en Irian Barat weer in de schoot van het Moederland lag, achtte hij de tijd rijp om de economische problemen aan te pakken. Met behulp van o.a. de technocraten van de PSI, introduceerde hij in 1963 de strategie voor de economische opbouw onder de naam Dekon, Deklarasi Ekonomi. Maar ook de Dekon stierf als foetus; een abrupt einde kwam met de Gebeurtenissen van 30 September gevolgd door massale moord­partijen, maar de lasteraars bleven Soekarno verwijten dat hij niets aan de economie deed. Blijkbaar werd verwacht dat het wonder van een welvarende en rechtvaardige maatschappij in de tijdsduur van een jaar of twee zou kunnen geschieden.
Erger dan laster en moord kan ook heel vaak domheid zijn. Hoe kun je in discussie treden met bekrompen politici en journalisten die niet in staat zijn om te zien dat Soekarno geen aanleg had voor het dictatorschap. Stumperds kunnen blijkbaar niet begrijpen wat een dictator is, wat de voorwaarden zijn om een dictator te worden. Is het niet zo dat men dat alleen kan worden als men geen geweten heeft, als men vastbesloten zonder aarzelen zijn tegenstanders naar het hiernamaals stuurt, of ze op zijn minst in de gevangenis opsluit zonder elke vorm van proces. Was Soekarno in staat tot dergelijk geweld en wreedheden?
Om deze vragen te beantwoorden refereren we aan wat Sitor Situ­morang schrijft in dit Liber Amicorum. Over Soekarno’s politieke carrière lezen we wat Sitor noemt de ‘Moments of Truth of Bung Karno’. Begin 1966 voltrok zich een episode in het paleis in Bogor die het best om­­schreven kan worden als het hoogtepunt van The Moment of Truth of Soekarno. In een dreigende en gespannen stemming, sprak Willem Olt­mans – een Nederlandse journalist die tot Soekarno’s naaste vrienden behoorde –  vol goede bedoelingen tot Soekarno: ‘Bapak, de situatie is nu zeer bedreigend voor u. Voldoet u toch maar aan de eisen van de generaals, ontbindt de PKI!’ Bung Karno greep onmiddellijk de pols van Willem Oltmans en zei met een felle blik in zijn ogen: ‘Wim, denk je dat ik niet weet wat er nu allemaal aan de hand is? Ik heb nog geen woord gesproken, maar duizenden mensen zijn al om zeep gebracht! Wat denk je dat er zal gebeuren als ik echt uitspreek dat de PKI ontbonden moet worden?!’
Zo luidde ongeveer de dialoog tussen Soekarno en de journalist. Omwille van het land en de natie stond voor Bung Karno persatuan en kesatuan boven alles! Bung Karno koos ervoor om een offer te brengen, ook al zou hij daar zelf aan onderdoor gaan en zijn politieke carrière in duigen vallen. Dat is wat we noemen het hoogtepunt van The Moment of Truth of Soekarno, dat is Soekarno ten voeten uit, de waarheid boven alles.
Ook al is het achteraf gepraat – als Soekarno zich op dat moment had willen verzetten –, zouden Suharto en zijn Kostrad door de massa en het overgrote deel van de soldaten van de TNI, KKO-ALRI, PGT-AURI, uitge­schakeld hebben kunnen worden. Bovendien waren er nog veel generaals die op dat moment nog steeds trouw waren aan de Grote Leider der Revolutie. Maar deze overwinning zou alleen behaald kunnen worden na een burgeroorlog waarbij bloed vergoten zou worden. Als Soekarno ook maar een greintje dictatorsbloed in zich had gehad, zou de geschie­denis anders gelopen zijn. Zoals Sitor beschrijft koos Soekarno voor de Waarheid boven zijn eigen welzijn, hij hield zich vast aan het principe van persatuan en kesatuan van de natie boven alles. Geweld en bloed­vergieten ging hij koste wat kost uit de weg, ook al was de overwinning niet ver van hem verwijderd. Als we deze feiten zien, kunnen we ons afvragen of het geen laag-bij-de-grondse laster was dat men Soekarno als een dictator aanwees?
Pramoedya Ananta Toer heeft ooit de gevleugelde woorden uit­gesproken: ‘Bung Karno is de enige politicus en staatsman in de moderne wereldgeschiedenis die zijn land en natie verenigde zonder dat er een druppel bloed vergoten werd!’ Vervolgens vergeleek Pramoedya hem met de ‘pancasilaïsche democraat’ Suharto. Om de Nieuwe Orde te vestigen heeft deze generaal van de Angkatan Darat eerst miljoenen burgers uit zijn eigen land vermoord en de gevangenis in gesmeten zonder enige vorm van proces! Het is moeilijk om in discussie te treden met zwakhoofdigen die niet in staat zijn dit alles te zien, de wolf voor hun ogen niet zagen, laat staan een wolf in schaapskleren.
Aan het begin van deze inleiding hebben we even Prof. Bob Hering aangehaald die zijn biografie van Bung Karno wil vrijwaren van alle persoonlijke lof, mythen en romantiek waarvan naar zijn mening Soekarno omgeven wordt. Ook dit Liber Amicorum wil in alle bescheidenheid deze laster uit de weg ruimen, alsmede alle vunzigheden en misvattingen die de persoon Bung Karno niet alleen omringen maar ook aan hem vastkleven. Ze zijn voor hem zo in het gezicht geworpen.
Deze lange uiteenzetting over de ‘geleide democratie’ beoogt niets anders dan een beroep te doen op diegenen die tot nu toe niet kritisch genoeg geweest zijn en klakkeloos alle commentaren slikten van ‘wetenschappers, politici, journalisten’ die geen ander doel hadden dan Soekarno in het diskrediet te brengen. Als dit 50 of zelfs maar 30 jaar geleden zou zijn gebeurd, zouden deze verkeerde opvattingen nog vergoelijkt kunnen worden als onwetendheid, ignorance, of napraterij uit angst om niet als intellectueel beschouwd te worden, uit angst niet tot de supporters van de Nieuwe Orde gerekend te worden als men niet meedeed in het bekritiseren van Soekarno. Maar na 32 jaar Orde Baru van Suharto te hebben ervaren, zou er toch al een bewustzijn moeten zijn opgekomen waarmee men kan bepalen wat democratisch is of wat een dictator is. Er is genoeg tijd verstreken om vergelijkingen te maken, nietwaar? De vraag is nu of er na observatie van wat generaal Suharto, zijn kinderen en zijn zakenmaatjes hebben gedaan met de macht, welke wreedheden ze hebben uitgehaald en met welke gulzigheid ze te werk zijn gegaan, nog mensen zijn die Soekarno met zijn Geleide Democratie valselijk beschuldigen als dictator? Willen ze hetzelfde oude liedje blijven zingen? Zijn ze niet in staat om te veranderen omdat ze Soekarno al zo intens haten, omdat ze die haat tot hobby gemaakt hebben? Nederlanders zeggen: ‘hetzelfde deuntje blijven zingen en het stokpaardje berijden?’
Eenderde eeuw lang werd Soekarno in het diskrediet gebracht en bestempeld als dictator. De Orde Baru van Suharto mobiliseerde ten behoeve daarvan zijn massieve propaganda apparaat door gebruik te maken van alle massa media en de geijkte laster in alle niveaus van ons onderwijssysteem in te planten. Gedurende meer dan 30 jaar werd een publieke opinie over Soekarno aangekweekt en gevormd, zonder dat er ook maar gelegenheid was voor Soekarno of zijn achterhoede een andere mening naar voren te brengen. Hier geldt de wet der traagheid ofwel inertia: de meesten waren niet meer in staat de vastgeroeste luiheid van zich af te schudden en zelf na te denken. En zo bleef Soekarno een dictator!

Zijn Soekarno’s sociaal politieke concepten fossielen geworden?

Ter afsluiting van dit voorwoord willen wij nog twee punten naar voren brengen; het eerste punt betreft een gebrabbel van sommige intel­lectuelen dat ‘Soekarno en zijn concepten reeds fossielen zijn geworden’, het tweede betreft de pogingen om verdeeldheid te zaaien onder de founding fathers van de onafhankelijkheid van onze Republiek.
Een decaan op een particulier universiteit in Jakarta heeft ooit gezegd dat de denkbeelden van Soekarno tot fossielen zijn geworden; niet meer relevant, versleten en achterhaald door de moderne tijd. Wat zou zijn bedoeling geweest – wilde hij soms zijn uitnemende vooruit­strevende intellectualiteit tonen?
We kunnen met zekerheid vaststellen dat dit decaan en alle mee­lopers die dezelfde mening zijn toegedaan een fossiel brein hebben en derhalve niet in staat zijn dynamisch en dialectisch te denken. Ieder weldenkend mens weet dat concepten en theorieën uit de sociale wetenschappen niet levensvatbaar zijn als ze als dode dogma’s behandeld worden. Niet alleen Marx en Keynes, Mao Tse Tung en de coöperatietheorie van Hatta, zelfs godsdiensten zullen fossielen worden als ze in handen zouden vallen van mensen met fossiele brein.
 Wij weten dat Bung Karno’s geest bezield is van beweging, dynamica, emancipatie en revolutie! Zou een persoon dat een dergelijke goddelijk licht meegekregen heeft, een fossiele Pancasila hebben kunnen scheppen? Een fossiele Trisakti, de drie “magische macht”? Onafhankelijk in de politiek, Zelfstandig in economie, Zelfwaardigheid met eigen cultuur – zijn dat allemaal fossielen? Is het begrip van The New Emerging Forces contra The Old Established Forces*  ook een fossiel? Zijn dat geen universele waarden die niet aan ruimte of tijd gebonden zijn?
Het in diskrediet brengen van Soekarno geschiedde op vele wijzen en kwam uit allerlei hoeken. In het begin werd een grootse de-soekarno-isatie campagne opgezet en werd de geschiedenis door Suharto, de Nieuwe Orde en mensen als Nugroho Notosusanto verkracht, toen volgden laster en misvattingen tot Soekarno er uiteindelijk van beschuldigd werd een dictator te zijn geweest, betrokken bij de coup van 30 september 1965; en de meest recente verbijsterende poging was om Soekarno met zijn briljante sociaal-politieke concepten tot fossiel te maken. Maar onlangs in Juni konden we tot in alle hoeken van het land waarnemen dat Bung Karno die tot fossiel was verklaard, die gekooid was en die in het diskrediet is gebracht en meer dan 30 jaar ongelimiteerd is vernederd, spontaan door het volk zelf in ere werd hersteld. Waar en wie is eigenlijk de fossiel?

The Founding Fathers der Republiek:
van onschatbare nationaal waarde

Ten slotte willen we nog aandacht vragen voor enkele verschijn­selen en manoeuvres die duidelijk en bewust de founding fathers van onze onafhankelijkheid en Republiek tegen elkaar uitspelen. Dit zou uiteindelijk een versnelling van de desintegratie betekenen en de vereniging en eenheid van het volk dwarsbomen. Als dit door van Mook, Van der Plas of Joseph Luns gedaan zou zijn tijdens de revolutie omdat ze op geen enkele wijze de waarheid konden accepteren dat hun voormalige kolonie zich onafhankelijk had verklaard en een eigen Republiek had uitgeroepen, dan zouden we dat nog hebben kunnen begrijpen – de kolonisatoren konden hun nederlaag natuurlijk maar moeilijk verkroppen. De Nederlanders trachtten Soekarno, Hatta, Sjahrir en onze andere landsvaders op allerlei manieren tegen elkaar uit te spelen. Maar als ons eigen volk opzettelijk een wig tussen hen dreef, dan kunnen we spreken van een grote tragedie. Dit geschiedde met name door de massa media voor dat doel in te zetten, een proces dat tot vandaag de dag nog plaatsvindt nadat we meer dan een halve eeuw onafhankelijk zijn.
We zien dit verschijnsel bij verschillende gelegenheden naar voren komen. Op het moment dat de Indonesiërs die onvermurwbaar anti-Soekarno zijn, gedwongen waren om de herdenking van 100 jaar Bung Karno bij te wonen, herdachten en prezen zij juist de grootsheid van Hatta, brachten zij ondertussen de zwakheden van Soekarno naar voren.
Wij weten dat Bung Hatta, Bung Sjahrir elk hun sterke kanten hadden en beschikten over bepaalde kwaliteiten die Soekarno niet bezat of ook maar kon evenaren. Andersom was dat ook het geval! Bung Karno had ook zijn sterke kanten en beschikte over kwaliteiten die absoluut niet door Hatta en Sjahrir samen geëvenaard konden worden. Zij waren allen anders, maar is het relevant om die verschillen onder een vergrootglas te leggen? Of deze personen tegen elkaar uit te spelen om de een ten opzichte van de ander in een kwaad daglicht te stellen? Is het niet tijd geworden om een nieuw besef in het leven te roepen tijdens de herdenking van 100 jaar Bung Karno en 100 jaar Bung Hatta volgend jaar, om onze founding fathers bewust als een onschat­baar nationaal asset te beschouwen, omwille van de persatuan en kesatuan en integratie van de Indonesische natie, omwille van de opbouw en het realiseren van idealen die nog niet door de founding fathers verwezenlijkt konden worden: rechtvaardigheid en welvaart voor ons gehele volk?
Op momenten als deze doet de schrijver denken aan een politicus die jonger was dan de generatie van Soekarno-Hatta, maar ons allen helaas is voorgegaan naar het hiernamaals, Soebadio Sastrosatomo. Iedereen kent hem als een belangrijk figuur van de PSI, een aanbidder, een erfgenaam en een voortzetter van de idealen van Soetan Sjahrir. Toen Suharto nog op het toppunt van zijn macht was, zei Soebadio ooit tegen de schrijver: Laat ze toch stoppen met het verguizen van Soekarno! Stoppen met het verguizen van Hatta-Sjahrir! Breng de strategie van vereniging van Soekarno-Hatta-Sjahrir weer tot leven om het fascisme van Suharto te bestrijden! Als Sjahririst zei hij nog: ‘Soekarno is mijn president! Soekarno is Indonesië – Indonesië is Soekarno!’ Toen Soebadio die magische woorden sprak, was hij geen seconde van plan om Hatta en Sjahrir af te vallen. Wat hij zich misschien voor de geest haalde, waren zijn partijgenoten, de Soekarnoisten en leden van de PKI die naar het hem toescheen in een verwarde dwaling bevinden.
De brede transcendentale blik van Soebadio die de denkwereld van onze founding fathers vertegenwoordigde, zorgde ervoor dat de verdeeldheid werd opgeheven – hij had zich ontwikkeld en ontplooid en alle oppervlakkigheid en kortzichtigheid ruim overtroffen. Onze intellectuelen, in het bijzonder de jonge wetenschappers doen er goed aan om de opstelling en politieke inzichten van Soebadio eens te overpeinzen en tot voorbeeld te nemen. Een vervelend negatief trekje dat we bij onze intellectuelen aantreffen, zowel de jonge als de oude, is dat ze de meningen van buitenlandse deskundigen die zij als referentie nemen, rauw inslikken en vervolgens reproduceren. Uiteindelijk beknotten die meningen hun eigen denkvermogen. Zo zijn er politieke weten­schappers die onze leiders verdelen in ‘the solidarity makers’ en ‘the administrators’. Deze formulering hoeft niet per se fout te zijn, maar zal verwarring scheppen of blunders voortbrengen op het moment dat het als een vuistregel toegepast wordt of oppervlakkig zwart-wit wordt uitgelegd.
‘The solidarity makers’ – in welke groep Soekarno wordt ondergebracht – werd vervolgens een begrip identiek aan irrationeel, niet intellectueel en de leden werden beschouwd als opruiende schreeuw­lelijken voor de microfoon. ‘The Administrators’ – waartoe Hatta en Sjahrir behoren – zijn degenen die het meest rationeel zijn, nuchter en echt intellectueel. Onmiddellijk horen we de reactie van een Soekarnoïst, was het immers niet Soekarno die meer boeken gelezen had dan Hatta en Sjahrir bij elkaar? Was niet juist Soekarno de echte intellectueel die de wetenschap beheerste, maar bereid was om rechtstreeks tot het volk te praten. Dan zal de Soekarnoist onmiddellijk vragen: Zou Indonesië nu onafhankelijk zijn, als de onafhankelijkheidsstrijd geleid was door de ‘administrators’ van achter hun schrijftafel? De doelstelling om ons van de macht van Nederland los te maken, kan stap voor stap bereikt worden, maar houd je verre van revoluties. Belangrijker is dat we eerst veel scholen en universiteiten opzetten om menselijk potentieel voortbrengen, goed academisch gevormd kader dat in staat is om departementen te leiden, enzovoorts.
Wij beschouwen dergelijke denkbeelden en reacties – door wetenschappers, journalisten of van welke Indonesiër dan ook – als vulgair, nergens anders toe leidend dan tot een contra produktief nihilisme. Wij hebben de naam Soebadio genoemd, omdat hij in staat was om zich te verheffen boven alle zinloze oppervlakkigheid en kortzichtigheid. Het spreekt voor zich dat het rijtje namen Soekarno, Hatta en Sjahrir, nog uitgebreid kan worden met andere nationale leiders zoals Amir Sjarifuddin, Agus Salim, Moh. Natsir, Sudirman, Tan Malaka, Moh. Roem, Siauw Giok Tjhan enzovoorts. Elk van hen heeft een talent, een kundigheid en een eigen gave. Het is duidelijk dat ze allen anders zijn, maar de verschillende elkaar aanvullende persoonlijkheden vormen nu juist het potentieel en een nationaal asset van onschatbare waarde, het is een modaal om op te bouwen en een toekomst tegemoet te treden.
Volgend jaar gaan we de herdenking vieren van 100 jaar Bung Hatta, ons legendarisch lid van de twee-eenheid, de dwitunggal. Wij hopen dat die herdenking een produktief karakter zal hebben en in de geest van de grootsheid van Hatta. Bung Karno heeft altijd gepredikt: ‘Alleen een groot volk weet zijn helden te waarderen!’ En het volk weet ook wie gerespecteerd moet worden ook al ontbreekt het daarvoor aan geschreven criteria. Stop met het ophemelen van Soekarno alleen maar om Hatta naar beneden te halen! Stop met het ophemelen van Hatta alleen om Soekarno te kunnen verguizen. Daarom besluiten wij het voorwoord van dit Liber Amicorum met woorden in de geest en volgens de politieke inzichten van Soebadio – omwille van de vereniging en eenheid van ons land en de hele Indonesische natie!
Joesoef Isak, ed.

 ____________

*       The New Emerging Forces en The Old Established Forces.
    Velen weten nog maar weinig van het denkproces van Soekarno met betrekking tot zijn ideaal en zijn doel om de landen en volken die nog onder het juk van het kolonialisme of imperialisme zaten, onafhankelijk te maken, om een beter en rechtvaardiger wereld na te streven. In het bijzonder weet men niet hoe Bung Karno op het idee kwam om het concept van The New Emerging Forces en The Old Established Forces te lanceren. Nadat hij voor de onafhankelijk van zijn land had gestreden, ging hij verder als mobilisator van de vereniging van Aziatische en Afrikaanse landen. Bung Karno wees het idee af dat de wereld alleen maar uit twee kampen zou bestaan (Bertrand Russel): de kapitalisten en de communisten. Vervolgens trad hij naar voren als de initiator van de beweging van de ongebonden landen, het verbond van de ‘non-blok’ landen die een derde kamp vormden naast de kapitalisten en de communisten. Wat nog niet zo algemeen bekend is, is dat Bung Karno zijn eigen inzicht volgens welke hij aanvankelijk de wereld in drie blokken verdeelde, corrigeerde. Bung Karno was al geruime tijd teleurgesteld in de ‘non-blok beweging’, omdat in de gelederen van de non-blok landen, landen zaten die juist het verlengstuk waren van de koloniale of imperialistische landen. Lange tijd koesterde hij het idée van een nieuwe polarisatie: een wereld verdeeld in twee kampen (niet volgens het model van Bertrand Russel), maar volgens een formulering van Bung Karno zelf: The New Emerging Forces aan de ene kant en The Old Established Forces aan de andere kant. In het kort uitgelegd: ook in Indonesië waren er reactionaire machten die de wereld van het imperialisme steunden, aan de andere kant waren er in imperialistische landen als Amerika voldoende progressieve krachten die sympathie toonden voor de vrijheidsstrijd en emancipatie van gekoloniseerde landen. De polarisatie tussen Nefo en Oldefo klopte wetenschappelijk gezien, was politiek gezien juist; het was een globaal patroon dat geografische grenzen overschreed. Maar zoals ook het idée van de Geleide Democratie van Bung Karno, kreeg het denkbeeld van Nefo en Oldefo niet de kans tot volle wasdom te komen en haar juistheid en bijzondere kwaliteit te bewijzen. Het is uitermate tragisch om te zien hoe Indonesië als de bedenker van de A-A en Nefo, door Suharto juist naar de imperialistische kamp is overgebracht. Of is dàt wat met democratie wordt bedoeld, de juiste aanpak t.o.v. de economie, en niet anti Westen te zijn? –- ed.

Subowo bin Sukaris
HASTA MITRA Updated at: 5:49 PM

No comments :